Die Afrikaanse Protestantse Akademie NPC
Deursen, F. van.

De Voorzeide leer Deel I Job door F. van Deursen. - Barendrecht : Liebeek & Hooijmeijer, 1984. - 379 p. ; 23 cm. - De voorzeide leer. De Heilige Schrift ; d. I, M . - Voorzeide leer. De Heilige Schrift ; d. I, M. .

Includes bibliographical references.

Jobs vroomheid door lijden beproefd -- Job betwist dat de oorzaak van zijn lijden in zijn gebrek aan vroomheid ligt -- Job vervloekt zijn geboortedag -- Elifaz noemt het uitgangspunt van de vrienden: God verdelgt nooit een onschuldige -- Job antwoord: Ik blijf bij mijn klachten en voel mij diep in u teleurgesteld -- Bildad verdedigt Gods vergeldende gerechtigheid als de geijkte leer der vaderen -- Job antwoordt: Kon ik maar met God procederen over mijn onschuld, maar helaas Hij vernietigt me - en waarom? --Zofar veegt Jobs klachten als spottend gezwets van tafel -- Job antwoordt: Gods wereldregering zo doorzichtig? Ik vind haar juist zeer raadselachtig. Kon ik mijn zaak daarom maar bepleiten bij Hem zelf? -- Elifaz' tweede rede: Job, jouw leed lijkt sprekend op dat van de goddelozen. Zegt je dat niets? -- Job antwoordt: God heeft mijn leven verwoest. Toch verwacht ik van Hem mijn rechtherstel. Ik beroep mij tegen God op God -- Bildads tweede rede: Gods wereldorde is onwrikbaar: goddelozen worden gestraft met een leed als dat van Job -- Job antwoordt: Al veroordeelt iedereen me en laten ze me allen in de steek, ik weet dat mijn Verdediger leeft en dat Hij mijn recht eens zal doen zegevieren -- Zofars tweede rede: Hij maakt Job uit voor een goddeloze uitzuiger en verzekert hem dat God zulke verdrukkers met al hun bezit te gronde richt -- Job antwoordt: Uw vergeldingsdogma klopt niet. Goddelozen leven juist lang en gelukkig -- Elifaz' derde rede: Volgens zijn theorie moet Job zwaar gezondigd hebben en Elifaz meent ook te kunnen zeggen waarin. O, als Job zich daarvan alsnog bekeerde, dan was er nog uitkomst -- Job antwoordt: Kon ik mij maar voor God verdedigen! Maar ach, Hij laat zoveel onrecht zwijgend passeren -- Bildads derde rede: Geen mens is recht vaardig voor God -- Job antwoordt: Wie kan de donder van Gods kracht verstaan? -- Jobs laatste redenen: Job handhaaft zijn gerechtigheid en waarschuwt zijn vrienden -- Job wijst op Gods oneindige en onze beperkte wijsheid -- Job zweert dat hij volmaakt onschuldig van het hoogste geluk in de diepste ellende gestort is en doet nogmaals een dringend beroep op God hem rechtvaardig te verklaren --Elihu's eerste rede: Job klaagt ten onrechte over Gods vijandschap en stilzwijgen -- Eluhu's tweede rede: Job klaagt ten onrechte dat God onrechtvaardig regeert -- Elihu's derde rede: Tegenover de hoge God valt er voor mensen niets te eisen -- Eluhu's vierde rede: Moge Jobs lijden hem louteren en Gods grootheid hem verootmoedigen -- Jahweh brengt Job tot de bekentenis dat hij veel te nietig is om Gods wereldbestuur te kunnen beoordelen -- Jahweh brengt Job er toe zijn beschuldiging aan Gods adres in te trekken en zich nog dieper voor Hem te verootmoedigen -- Jahweh veroordeelt en begenadigt de drie vrienden en rechtvaardigt en verheerlijkt zijn knecht Job


Bible.--O.T.--Job--Commentaries.

220.6 VOO
Die Afrikaanse Protestantse Akademie Die Afrikaanse Protestantse Akademie NPC