Inleiding / De 'hoofdsom' van onze christelijke religie (LD I:1) / De via salutis -- de weg des heils in in schuldbesef (LD I:2) -- Ellende en wet (LD II:3.4) -- Gods wet en wij (LD II:5) -- De schuld ligt niet bij God, hij schiep ons goed (LD III:6) -- De schuld ligt bij ons : wij zijn gevallen (LD III:7,8) -- God doet geen onrecht (LD IV:9) -- Gods recht en barmhartigheid (LD IV:10,11) -- Het middel der verlossing (LD V:12-14) -- De middelaar der verlossing (LD V:15, VI:16-18) -- Het evangelie der verlossing (LD VI:19) -- Wie worden verlost? (LD VII:20) -- Geloof en belijdenis (LD VII:21-23) -- Wij belijden God, de drieenige God (LD VIII:24, 25) -- Wij belijden God de Vader (LD IX:26) -- Wik belijden Gods vaderhand (LD X:27,28) -- Wij belijden God en Zoon in de naam Jezus (LD XI:29,30) -- Wij belijden Jezus als de Christus (LD XII:31) -- Wij belijden als christenen (LD XII:32) -- Wij belijden Jezus Christus als Gods Zoon, als zelf God (LD XIII:33) -- Wij belijden de Zoon Gods als onze heer (XIII:34) -- Jezus' ontvangenis en geboorte (LD XIV:35,36) -- Jezus' lijden (LD XV:37,38) -- Jezus' kruisiging (LD XV:39) -- Jezus' sterven (LD XVI:40,43) -- Jezus' sterven en ons sterven (LD XVI:42) -- Jezus' begrafenis (waarbij dieper op het waarom moet worden ingegaan) (LD XVI:41) -- Jezus' nederdaling ter helle (LD XVI:44) -- Jezus' opstanding (LD XVII:45) -- Jezus' hemelvaard (LD XVIII:46-49) -- Jezus; zitten ter rechterhand Gods (LD XIX:50,51) -- Jezus' wederkomst (LD XIX:52) -- Wij belijden de Heilige geest (LD XX:53) -- De kerk van Christus (LD XXI:54) -- De gemeenschap met Christus (door de vergeving der zonden) en met elkander (LD XXI:55,56) -- Opstanding en eeuqig leven (LD XXII:57,58) -- Wat hebt gij aan uw geloof? (LD XXIII:59) -- Rechtvaardig alleen door het geloof (LD XXIII:60,61) -- Rechtvaardig niet door de werken (LD XXIV:62) -- Het loon der goede werken (LD XXIV:63,64) -- De geest werkt en sterkt het geloof (LD XXV:65) -- Wat zijn sacramenten? (LD XXV:66,67,68) -- De deep, als teken en zegel der genade (LD XXVI:69,70,71; LDXXVII:72) -- De doop der kleine kinderen (LD XXVII:73) -- Het avondmaal als teken en zegel der genade (LD XXVIII:75,76,77; LD XXIX:78,79) -- Altaar of tafel (LD XXX:80) -- Wie mogen tot de tafel komen? (LD XXX:81,82) -- De prediking als rijkssleutel (LD XXXI:83,84) -- De daadtucht als rijkssleutel (LD XXXI:85) -- De noodzaak van de goede werken (LD XXXII:86,87) -- De bekering van de mens (LD XXXIII;88,89,90,91) -- De wet des heren (LD XXXIV:92,93) -- De liefde tot God (LD XXXIV:94,95) -- De eredienst van God (LD XXXV:96,97,98) -- De naam van God (LD XXXVI:99,100; LD XXXVII:101,102) -- De dag van God (LD XXXVIII:103) -- Autoriteit en gehoorzaamheid (LD XXIX:104) -- Ons mensen-leven (:D XL:105,106,107) -- Man en vrouw (LD XLI:108,109) -- Het goed van de mens (LD XLII:110,111) -- Onze goede naam (LD XLIII:112) -- Het leven der begeerten (LD XLIV:113) -- Wetsvolbrenging en wetsprediking (LD XLIV:114,115) -- De noodzaak van het gebed (LD XLV:116) -- Hoe en wat moeten wij bidden? (LD XLV:117,118,119) -- De aanspraak : Onze Vader (LD XLVI:120,121) -- Uw naam (LD XLVII:122) -- Uw rijk (LD XLVIII:123) -- Uw wil (LD XLIX:124) -- Ons brood (LD L:125) -- Onze vergeving (LD LI:126) -- Onze verlossing (LD LII:127) -- Tot God zijn alle dingen (LD LII:128, 129).
There are no comments on this title.