02033nam a22001457a 4500003000400000005001700004008004100021040001000062082001500072100002000087245004200107260010700149300002600256505160500282OSt20180417080538.0180417b ||||| |||| 00| 0 eng d czaapa a234.01 BAX aBaxter, Richard aDe stemme Gods roepende tot bekeering aAmsterdambHollandsch-Afrikaansche Uitgevers-Maatschappij v/h Jacques Dusseau & Cocn.d (Written 1657) a211pbHardcoverg16cm aBerigt aangaande de gezegende gevolgen, die de Stemme Gods te beurt viel -- Voorrede van den Schrijver -- Het is de onveranderlijke wet van God, dat de godeloozen zich bekeeren moeten -- Tegenwerping. God zal zoo onbarmhartig niet zijn om ons te verdoemen - beantwoord -- Wie goddeloozen zijn, en wat bekeering is -- Het is de belofte van God dat de goddeloozen zullen leven -- God schept behagen in de bekeering en zaligheid des menschen, maar niet in hunnen dood of verdoemenis -- De Heere heeft dit door eenen eed aan ons bevestigd dat Hij geen lust heeft in den dood des goddeloozen -- Wie is het dan, die lust heeft in de zonde en den dood des menschen? -- God laad zich aan de bekeering van zondaren zooveel gelegen liggen, dat Hij Zijne bevelen en vermaningen met nadruk verdubbelt -- Eenige beweegeredenen om Gods roepstem te gehoorzamen, en zich te bekeeren -- De Heere is zoo nederbuigend goed, om de zaak met onbekeerde zondaren te beredeneeren -- Zonderling geschilpunt -- De godeloozen willen sterven, of zich zelven verderven -- Gewis de zondaren zijn onverstandig -- Hunne schijngronden wederlegd -- Zoo echter de menschen na alle arbeid van God zich niet willen bekeeren, zoo is het niet de schuld van God dat zij verloren gaan -- Hoe Godslasterend en roekeloos het is om de oorzaak van des menschen verderf op God te leggen -- De listigheid des satans, de bedriegelijkheid der zonde en de dwaasheid der zondaren aangetoond -- Geen wonder derhalven, zoo de goddeloozen de bekeering en zaligheid van anderen zouden willen verhinderen -- De mensch is de grootste vijand van zich zelf.