<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<mods xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns="http://www.loc.gov/mods/v3" version="3.1" xsi:schemaLocation="http://www.loc.gov/mods/v3 http://www.loc.gov/standards/mods/v3/mods-3-1.xsd">
  <titleInfo>
    <title>Gereformeerde ethiek</title>
  </titleInfo>
  <name type="personal">
    <namePart>Geesink, Wilhelm</namePart>
    <namePart type="date">1854-1929</namePart>
    <role>
      <roleTerm authority="marcrelator" type="text">creator</roleTerm>
    </role>
  </name>
  <name type="personal">
    <namePart>Hepp, V. (Valentine)</namePart>
    <namePart type="date">1879-1950</namePart>
  </name>
  <typeOfResource>text</typeOfResource>
  <originInfo>
    <place>
      <placeTerm type="code" authority="marccountry">ne</placeTerm>
    </place>
    <place>
      <placeTerm type="text">Kampen</placeTerm>
    </place>
    <publisher>Kok</publisher>
    <dateIssued>1931</dateIssued>
    <issuance>monographic</issuance>
  </originInfo>
  <language>
    <languageTerm authority="iso639-2b" type="code">dut</languageTerm>
  </language>
  <physicalDescription>
    <form authority="marcform">print</form>
    <extent>2 v. : ports., photos. ; 25 cm.</extent>
  </physicalDescription>
  <tableOfContents>Eerste Deel: Het leven van Prof. Dr. W Geesink: Zijn jeugd -- Op het Athenaeum -- Doctor Theologiae -- In de pastorie -- Op den katheder -- Lezingen -- Kanselwerk -- Persarbeid -- Emeritus-Hoogleeraar -- Zijn persoonlijkheid
Gereformeerde Ethiek: De naam Ethiek -- Het begrip Ethiek -- De ethiek als praktische wetenschap -- De ethiek als theoretische wetenschap (Zedekunde) -- Philosophische en theologische ethiek -- De geschiedenis der Theologische Ethiek -- Het object der Theologische ethiek -- Definitie der Theologische Ethiek -- De verhouding der Theologische ethiek tot de Dogmatiek -- Het Kerkelijk karakter der Theologische ethiek -- De methode der Theologische Ethiek -- Omvang der Theologische Ethiek -- Indeeling der Theologiesche ethiek
De Christelijk-zedelijke norm: Inleiding -- De Christelijk-zedelijke norm, voorzover ze wordt gekend uit het algemeen menschelijk zelfbewuszijn als de geopenbaarde wil van God voor de zelfbepaling van den christen in de relatie tot zijn medemenschen: Gods geopenbaarde wil en het algemeen menschelijk zedelijk bewustzijn -- Het Natuurrecht
De christelijk-zedelijke norm, voorzover ze uit den door JHVH aan Israel gegeven decaloog gekend wordt als geopenbaarde wil van God voor de zelfbepaling van den christen in relatie tot zijn medemenschen: De decaloog in het algemeen -- Van de tien geboden in het bijzonder -- Resumtie van het in de eerste en tweede afdeelingen besprokene 
De christelijk-zedelijke norm, zooals zij als Gods geopenbaarde wil voor de zelfbepaling van den christen in de relatie tot zijn medemenschen gekend wordt uit het Nieuwe Testament: De samehang van het onderwijs van Jezus met het Oude Testament en de Antithese van dat onderwijs met de Joodsche "zedeleer" -- De inhoud van het onderwijs van Jezus -- Het onderwijs der apostelen, speciaal van Paulus, omtrent Gods geopenbaarden wil voor de zelfbepaling van den Christen in de relatie tot zijn medemenschen
Het Christelijk-zedelijk subject: Inleiding -- Het christelijk-zedelijk subject als het herborene in zijn eenzelvigheid of identiteit met het onherboren menschelijk zedelijk object -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject als het herborene met het onherboren menschelijk zedelijk subject wat betreft het beeld Gods in ruimeren zin -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject wat betreft het somatische -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject met het onherboren of algemeen menschelijk zedelijk subject uitkomend in het psychische -- De menschelijke ziel -- Het leven der menschelijke ziel (Bewust en onbewust zieleleven -- De processen van het bewuste zieleleven -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject als het herborene met het onherboren menscelijk zedelijk subject wat betreft de somatisch-psychische organisatie in haar verbijzonderingen -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subjecte als het herboren met onherboren subjet wat betreft de relatieve indispositie tot een aan de zedelijke norm adaequate zelfbepaling -- Overgang van het eerste tot het tweede onderdeel. Zedelijkheid en religie in haar onderlinge verhouding</tableOfContents>
  <tableOfContents>Deel II: Het christelijk-zedelijk subject als het herborende in zijn differentie met het onherboren zedelijk subject  -- Het christelijk-zedelijk subject naar de modaliteit aijner zelfbepaling in relatie tot zijn medemenschen of die zedelijke zelfbepaling als overeenkomstig Gods geopenbaarden wil -- Het christelijk-zedelijk subject of het in de relatie tot zijn medemenschen zich bepalen Ik, wat betreft zijn ideeele modaliteit, ontstaan in de wedergeboorte als de voor God goede wijze van zijn -- Het christelijk-zedelijk subject als zichzelf bepalend IK in de relatie tot zijn medemenschen wat betreft zijn wording of ontwikkeling door de heiliging -- De critiek van het christelijk-zedelijk handelen of de leer zijner, zoo formeele als materieele beoordeling naar de drie etische grondbegrippen: plicht, deugd en goed -- De zedelijke beoordeeling en de etische grondbegrippen -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van den plicht -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van de zedelijke goederen -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van de deugd -- De formeele zedelijke beoordeeling -- De materieele zedelijke beoordeeling -- De paedagogiek en ascetiek of de leer van de middelen, die den christen ten dienste staan om zichzelf of anderen te oefenen tot christelijk-zedelijk handelen -- De paedagogiek -- De ascetiek -- De praktijk van het christelijk-zedelijk handelen of de leer van de regelen, waarnaar het in de verschillende relaties of gemeenschapkringen waarin de christen tot zijn medemenschen staat, behoort te worden uitgeoefend -- De betooning van de individueele zedelijkheid in de gemeenschap van het gezin -- De betooning van de individueele zedelijkheid in de vriendschapsverhouding -- De betooning van de individuele zedelijkheid in de maatschappij -- De maatschappij en de materieele cultuurtaak -- De maatschappij en de ideeele cultuur -- De betooning der individueele zedelijkheid in den staat -- De betooning van de individueele zedelijkheid en de kerk </tableOfContents>
  <note type="statement of responsibility">door W. Geesink ; voor den druk gereed gemaakt en voorzien van een levensbeschrijving door V. Hepp.</note>
  <note>Includes indexes.</note>
  <subject authority="lcsh">
    <topic>Christian ethics</topic>
    <topic>Reformed authors</topic>
  </subject>
  <subject authority="gtt">
    <topic>Christelijke ethiek</topic>
  </subject>
  <classification authority="lcc">BJ1258.D8 G43</classification>
  <classification authority="bcl">11.62</classification>
  <classification authority="bcl">11.63</classification>
  <recordInfo>
    <recordContentSource authority="marcorg">WTS</recordContentSource>
    <recordCreationDate encoding="marc">840319</recordCreationDate>
    <recordChangeDate encoding="iso8601">20230223112402.0</recordChangeDate>
    <recordIdentifier source="OCoLC">ocm10534930 </recordIdentifier>
  </recordInfo>
</mods>
