TY - BOOK AU - Geesink,Wilhelm AU - Hepp,V. TI - Gereformeerde ethiek AV - BJ1258.D8 G43 PY - 1931/// CY - Kampen PB - Kok KW - Christian ethics KW - Reformed authors KW - Christelijke ethiek KW - gtt N1 - Includes indexes; Eerste Deel: Het leven van Prof. Dr. W Geesink: Zijn jeugd -- Op het Athenaeum -- Doctor Theologiae -- In de pastorie -- Op den katheder -- Lezingen -- Kanselwerk -- Persarbeid -- Emeritus-Hoogleeraar -- Zijn persoonlijkheid Gereformeerde Ethiek: De naam Ethiek -- Het begrip Ethiek -- De ethiek als praktische wetenschap -- De ethiek als theoretische wetenschap (Zedekunde) -- Philosophische en theologische ethiek -- De geschiedenis der Theologische Ethiek -- Het object der Theologische ethiek -- Definitie der Theologische Ethiek -- De verhouding der Theologische ethiek tot de Dogmatiek -- Het Kerkelijk karakter der Theologische ethiek -- De methode der Theologische Ethiek -- Omvang der Theologische Ethiek -- Indeeling der Theologiesche ethiek De Christelijk-zedelijke norm: Inleiding -- De Christelijk-zedelijke norm, voorzover ze wordt gekend uit het algemeen menschelijk zelfbewuszijn als de geopenbaarde wil van God voor de zelfbepaling van den christen in de relatie tot zijn medemenschen: Gods geopenbaarde wil en het algemeen menschelijk zedelijk bewustzijn -- Het Natuurrecht De christelijk-zedelijke norm, voorzover ze uit den door JHVH aan Israel gegeven decaloog gekend wordt als geopenbaarde wil van God voor de zelfbepaling van den christen in relatie tot zijn medemenschen: De decaloog in het algemeen -- Van de tien geboden in het bijzonder -- Resumtie van het in de eerste en tweede afdeelingen besprokene De christelijk-zedelijke norm, zooals zij als Gods geopenbaarde wil voor de zelfbepaling van den christen in de relatie tot zijn medemenschen gekend wordt uit het Nieuwe Testament: De samehang van het onderwijs van Jezus met het Oude Testament en de Antithese van dat onderwijs met de Joodsche "zedeleer" -- De inhoud van het onderwijs van Jezus -- Het onderwijs der apostelen, speciaal van Paulus, omtrent Gods geopenbaarden wil voor de zelfbepaling van den Christen in de relatie tot zijn medemenschen Het Christelijk-zedelijk subject: Inleiding -- Het christelijk-zedelijk subject als het herborene in zijn eenzelvigheid of identiteit met het onherboren menschelijk zedelijk object -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject als het herborene met het onherboren menschelijk zedelijk subject wat betreft het beeld Gods in ruimeren zin -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject wat betreft het somatische -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject met het onherboren of algemeen menschelijk zedelijk subject uitkomend in het psychische -- De menschelijke ziel -- Het leven der menschelijke ziel (Bewust en onbewust zieleleven -- De processen van het bewuste zieleleven -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subject als het herborene met het onherboren menscelijk zedelijk subject wat betreft de somatisch-psychische organisatie in haar verbijzonderingen -- De eenzelvigheid van het christelijk-zedelijk subjecte als het herboren met onherboren subjet wat betreft de relatieve indispositie tot een aan de zedelijke norm adaequate zelfbepaling -- Overgang van het eerste tot het tweede onderdeel. Zedelijkheid en religie in haar onderlinge verhouding; Deel II: Het christelijk-zedelijk subject als het herborende in zijn differentie met het onherboren zedelijk subject -- Het christelijk-zedelijk subject naar de modaliteit aijner zelfbepaling in relatie tot zijn medemenschen of die zedelijke zelfbepaling als overeenkomstig Gods geopenbaarden wil -- Het christelijk-zedelijk subject of het in de relatie tot zijn medemenschen zich bepalen Ik, wat betreft zijn ideeele modaliteit, ontstaan in de wedergeboorte als de voor God goede wijze van zijn -- Het christelijk-zedelijk subject als zichzelf bepalend IK in de relatie tot zijn medemenschen wat betreft zijn wording of ontwikkeling door de heiliging -- De critiek van het christelijk-zedelijk handelen of de leer zijner, zoo formeele als materieele beoordeling naar de drie etische grondbegrippen: plicht, deugd en goed -- De zedelijke beoordeeling en de etische grondbegrippen -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van den plicht -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van de zedelijke goederen -- De zedelijke beoordeeling naar de norm van de deugd -- De formeele zedelijke beoordeeling -- De materieele zedelijke beoordeeling -- De paedagogiek en ascetiek of de leer van de middelen, die den christen ten dienste staan om zichzelf of anderen te oefenen tot christelijk-zedelijk handelen -- De paedagogiek -- De ascetiek -- De praktijk van het christelijk-zedelijk handelen of de leer van de regelen, waarnaar het in de verschillende relaties of gemeenschapkringen waarin de christen tot zijn medemenschen staat, behoort te worden uitgeoefend -- De betooning van de individueele zedelijkheid in de gemeenschap van het gezin -- De betooning van de individueele zedelijkheid in de vriendschapsverhouding -- De betooning van de individuele zedelijkheid in de maatschappij -- De maatschappij en de materieele cultuurtaak -- De maatschappij en de ideeele cultuur -- De betooning der individueele zedelijkheid in den staat -- De betooning van de individueele zedelijkheid en de kerk ER -